57 procent van de Nederlanders van plan Olympische Spelen te volgen

40 procent van de Nederlanders is voornemens Wimbledon te volgen. Dat aandeel is onder mannen (45%) hoger dan onder vrouwen (35%) en onder 50-plussers twee maal zo hoog als onder tieners en vroegvolwassenen (53%-26%). Dat blijkt uit een onderzoek van het Mulier Instituut onder ruim 1.000 Nederlanders van 16 jaar en ouder naar de mate waarin men van plan is om de ‘sportzomer’ van 2016 te gaan volgen.

De animo om Wimbledon te volgen is lager dan de animo om de Tour de France (51%), het EK voetbal (54%) of de Olympische Spelen (57%) te volgen. De belangstelling is het laagst voor het EK atletiek, begin juli in Amsterdam (38%). 70% van de Nederlanders geeft aan van plan te zijn deze sportzomer minstens 1 van de 5 genoemde sportevenementen te gaan volgen. Dat is een publiek van 9,3 miljoen volwassen Nederlanders. 26% geeft aan alle 5 de evenementen te gaan volgen (3,5 miljoen). Mannen, ouderen en sporters zijn onder de sportkijkers oververtegenwoordigd, al zijn er in deze tussen de diverse evenementen duidelijke verschillen.

Klik hier om de factsheet te downloaden (pdf).

De factsheet maakt deel uit van de ambitie van het Mulier Instituut om de ontwikkelingen in de sport te volgen, waaronder het kijkgedrag (belangstelling voor topsport). Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Paul Hover.

Nederlanders positief over Spelen, verdeeld ten aanzien van IOC en wantrouwend jegens FIFA

Nederlanders laten zich overwegend positief uit over de Olympische Spelen, zijn verdeeld ten aanzien van wat ze van het IOC vinden, en zijn door de negatieve berichtgeving wantrouwend geworden jegens internationale sportorganisaties zoals de FIFA. Dat blijkt uit onderzoek dat het Mulier Instituut heeft gehouden onder 1.055 Nederlanders, naar aanleiding van Olympic Day 2016 (donderdag 23 juni).

Ruim de helft van de Nederlandse bevolking staat positief tegenover de Olympische Spelen in het algemeen (55%). Eén op de twintig is negatief en ruim een derde (37%) is neutraal. Dit is vergelijkbaar met het beeld in 2014, kort vóór de Spelen in Sotsji.

Ten aanzien van het IOC, onder wiens auspiciën de Spelen worden georganiseerd, is er meer verdeeldheid: circa één op de vijf Nederlanders (19%) is positief en een iets kleiner aandeel is negatief (14%). Ruim de helft van de bevolking is neutraal (53%). Dit is iets positiever dan in 2014.

Bijna drie kwart van de Nederlanders (74%) geeft aan te weten dat de FIFA en andere sportorganisaties begin 2016 negatief in het nieuws zijn geweest en hebben dit nieuws gevolgd. Van hen geeft 58 procent aan dat dit nieuws hun vertrouwen in de betreffende organisaties heeft geschaad. Een derde zegt dat men door de negatieve berichten topsport minder positief ervaart, een vijfde is de topsport er anders door gaan beleven. 45 procent vraagt om ingrijpen door de overheid.

Klik hier om de factsheet te downloaden (pdf).

Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Paul Hover

Samenleving hecht aan integriteit bij organisatie sportevenementen

Er is sprake van een groeiende kloof tussen wat de samenleving van (de totstandkoming van) sportevenementen verwacht en de wijze waarop betrokken organisaties opereren. Hoewel sportevenementen door beleidsmakers, politici en een breed publiek als bronnen van positieve energie en inspiratie worden gewaardeerd, wordt tegelijkertijd voor een groeiend aantal personen de kracht van sportevenementen door negatieve zaken ondermijnd. Daarnaast worden vraagtekens gezet bij de mate waarin rond sportevenementen integer wordt gehandeld. Dit schaadt het vertrouwen in sportevenementen en de organisaties die daarbij betrokken zijn.

Dit zijn enkele bevindingen uit het position paper ‘Integrity & sport events’ dat door het Mulier Instituut en de Universiteit Utrecht is opgesteld ten behoeve van het Nederlandse EU-voorzitterschap. Doel van het onderzoek was het opmaken van de stand van zaken rond integriteit en sportevenementen. Andere belangrijke bevindingen zijn:

  • Er zijn vier dimensies van integriteit bij sportevenementen te benoemen, namelijk ‘public value’, ‘transparancy’, ‘democratic processes’ en ‘checks and balances’.
  • Integriteitskwesties spelen in alle vier fasen van de levenscyclus van een sportevenement op. In het bid (geen transparant selectieproces, omkoping), tijdens de voorbereiding en de organisatie (geen respect voor mensenrechten, publieke investering en private baten) en legacy (te positief voorgespiegeld, geen legacy-beleid).
  • De laatste veertig jaar is het marktaandeel van de EU bij wereldkampioenschappen circa vijftig procent. Dit is zeven maal zo hoog als het aandeel van de EU in de wereldbevolking en twee maal zo groot als het aandeel in de wereldeconomie. Het marktaandeel van de EU bij de wereldkampioenschappen zwemmen, wielrennen en voetbal is in die periode gekrompen (van 60 procent naar 29 procent).
  • Hoewel diverse initiatieven zijn ontplooid om integer handelen te bevorderen, is nadere actie geboden om het vertrouwen in sportevenementen te herstellen. Hier ligt zowel een taak voor sportorganisaties en toeleveranciers (o.a. sponsors) als voor nationale overheden en de EU.

 

Dit onderzoek is uitgevoerd met ondersteuning van het ministerie van VWS in het kader van het Nederlands voorzitterschap van de EU. Integriteit bij sportevenementen is benoemd als het centrale thema voor sport tijdens het EU-voorzitterschap.

Het onderzoek is uitgevoerd door het Mulier Instituut, in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Tevens zijn bijdragen van de Vrije Universiteit Amsterdam en Bureau Nieuwe Gracht opgenomen. Een Nederlandse expertgroep heeft het onderzoek begeleid.

Klik hier om het position paper te downloaden.

Klik hier voor het factsheet dat over het rapport verscheen.

Please click here for the English news report.

Neem voor meer informatie contact op met Paul Hover.

London 2012: de balans na 3 jaar

Sinds 2003 vraagt het IOC elk organisatiecomité van de Olympische en Paralympische Spelen om een Olympic Games Impact (OGI) Study uit te voeren. Doel van dit onderzoek, dat bestaat uit drie of vier metingen verspreid over twaalf jaar, is het meten van de overall impact van de Spelen. Deze resultaten vormen waardevolle managementinformatie voor het IOC en organisatiecomités. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijke onderzoeksinstelling.

Vorige maand is het Post-Games Report van de OGI studie over London 2012, het vierde en laatste rapport uit de reeks, verschenen. Het rapport, waarbij 67 indicatoren centraal staan, is opgesteld door de University of East London.

Een greep uit de belangrijkste resultaten:

  • Het gebied in en rond het Olympisch Park is succesvol getransformeerd, het atletendorp is verbouwd tot aantrekkelijke woningen en het Olympisch Park is een populaire recreatieve bestemming geworden.
  • De verbeterde huisvesting in en rond het Olympisch Park, in combinatie met het sterk verbeterde voorzieningenniveau trekt meer hoger opgeleiden aan. Dat heeft eraan bijgedragen dat er minder armoede en meer sociale samenhang is ontstaan.
  • In een brede politieke kring worden de Spelen als een succes beschouwd. Anderzijds zijn politici van mening dat de legacy deels door de vingers lijkt te glippen en dat daar blijvend op ingezet moet worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor sportdeelname en vrijwilligerswerk (zie hierna).
  • De belangrijkste doelstelling, een verhoging van de sportdeelname, is niet gerealiseerd. Mede door veranderingen in de financieringsstructuur heeft ook de gewenste toename van schoolsport niet plaatsgevonden.
  • De 74.000 vrijwilligers, Games Makers genaamd, waren van vitaal belang voor de Spelen. Achteraf blijkt het vrijwilligerskorps te groot te zijn geweest en er is onvoldoende gedaan om te anticiperen op het momentum dat de Spelen het vrijwilligerswerk boden.
  • Het Britse doel om in de top vier van de medaillespiegel te eindigen is behaald, Team GB behaalde een derde plaats. Het ‘medals based, no compromise’ subsidieprincipe staat ter discussie omdat het teamsporten volgens sommigen benadeelt en er onvoldoende oog is voor progressie zonder dat daarbij medailles behaald worden.
  • De culturele sector blikt positief terug op de Culturele Olympiade, het evenement heeft de interesse voor cultuur aangewakkerd en is de cultuurdeelname ten goede gekomen.
  • De Paralympische Spelen hebben de houding van de Britten ten opzichte van gehandicapten niet of nauwelijks veranderd. Wel lijkt er onder de bevolking een positievere attitude ten opzichte van gehandicaptensport te zijn ontstaan.
  • De groei van het binnenlands en buitenlands toerisme na de Spelen is vooral veroorzaakt door de economische situatie en de koers van de Britse Pond, de Spelen hebben daar waarschijnlijk nauwelijks aan bijgedragen.
  • Dankzij de Spelen kan het Verenigd Koninkrijk (Londen) makkelijker organisatierechten van andere grote sportevenementen verwerven.

 

Klik hier voor het Post-Games Report (2015)

Klik hier voor het Games-Time Report (2013)

Klik hier voor het Pre-Games Report (2010)

In 2013 bracht het Mulier Instituut het boek The Story of London 2012 uit.

Agenda 2020: windowdressing of stap voorwaarts?

Het T.M.C. Asser Instituut organiseerde op 22 april een rondetafelgesprek getiteld ‘The Olympic Agenda 2020: The devil is in the implementation!’. Hierna is een bondig verslag van deze sessie te vinden, alsmede de bestanden die de drie sprekers voor hun presentatie gebruikten.

De Olympic Agenda 2020 kan worden beschouwd als de ‘strategische roadmap’ voor de toekomst van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en de Olympische Spelen. Dit document is opgesteld omdat de organisatie van de Spelen aantrekkelijker, goedkoper en duurzamer moeten worden. De Agenda 2020 kan beschouwd worden als het geesteskind van de Duitse IOC-president Thomas Bach (gekozen in september 2013). In december 2014 is het document door het IOC unaniem goedgekeurd.

Antoine Duval (senior onderzoeker T.M.C. Asser Instituut) beet de spits af en liet drie onderwerpen de revue passeren: de ontwikkelingen die aan de Agenda 2020 vooraf gingen, het proces van de realisatie van de Agenda 2020 en de outcome.

Aanjagers voor het opstellen van de Agenda 2020 waren de onwenselijke gebeurtenissen in Sotsji. Mensenrechten werden op grote schaal geschonden en het milieu werd schade toegebracht. Een andere ontwikkeling die het opstellen van de Agenda 2020 aanwakkerde – en die samenhangt met de eerstgenoemde – was het ‘domino-effect’. Met deze term wordt verwezen naar het achtereenvolgens terugtrekken van steden als potentiële olympische gaststad, waaronder Oslo, Krakau en Stockholm. Onvoldoende maatschappelijk en politiek draagvlak voor de Spelen (duur) en een twijfelachtige reputatie van het IOC (autoritair) waren hier debet aan.

Het IOC stelt dat de Agenda 2020 in dialoog met de allerhande betrokken partijen tot stand is gekomen en verwijst hierbij naar de open uitnodiging die het IOC hiervoor verstuurde. Het IOC ontving 1.200 ideeën in ruim 43.000 e-mails. Werkgroepen gingen met de input aan de slag en brachten dit terug tot 40 aanbevelingen. Desalniettemin uitte Duval zich kritisch over het proces. De 1.200 ideeën zijn door het IOC niet openbaar gemaakt en de samenstelling van de werkgroepen (waarin omstreden personen zitting hebben) is door het IOC bepaald. Er kunnen vraagtekens worden gezet bij de transparantie en de onafhankelijkheid in het proces van de totstandkoming van de Agenda 2020.

Enerzijds lijkt de door het IOC ingeslagen weg de juiste en zijn er aanbevelingen die wenselijk en nodig zijn. Anderzijds is het de vraag wat de praktische waarde ervan is en of beloftes van het IOC ook daadwerkelijk nagekomen worden. Het verleden leert dat bescheiden verwachtingen op zijn plaats zijn.

Voor de presentatie van Antoine Duval, klik hier.

De tweede bijdrage van Henk Hulshof (Amnesty International) startte met een korte film waarin contrasterende verhalen over Azerbeidzjan en de hoofdstad Bakoe met elkaar verweven werden. Het ene verhaal betrof dat van politiek activiste Dinara Yunus, die met steun van Amnesty International woonachtig is in Nederland, wiens ouders als politieke gevangenen in Azerbeidzjan verblijven omdat zij zich negatief uitlieten over het Azerbeidjaanse regime. Beelden en woorden van een aantrekkelijk, progressief en modern land dat de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel heeft staan en waar de perfecte voorwaarden voor de eerste Europese Spelen zouden zijn, vormden de elementen van het andere verhaal over de republiek aan de Kaspische zee.

Hulshof benoemde dat (grote) sportevenementen voor Amnesty International een belangrijk aandachtspunt zijn omdat grote groepen personen hier mensonterende effecten van (kunnen) ondervinden. Aan de ene kant kunnen sportevenementen een podium zijn om ongewenste praktijken aan de kaak te stellen. Dat dit niet eenvoudig is heeft Amnesty International ondervonden omdat een bezoek van Amnesty aan Azerbeidzjan door de regering aldaar en door de ambassade in Nederland onmogelijk werd gemaakt. Aan de andere kant zijn er de onwenselijke effecten van sportevenementen. De Chinese regering deed mooie beloftes in de aanloop naar de Spelen in Peking in 2008, maar desondanks waren de Spelen van 2008 een human rights misery.

De Agenda 2020 ziet er niet uit zoals Amnesty International verwachtte omdat er teveel onderwerpen ontbreken. Hulshof uitte zich er dan ook ontevreden over. Het is positief dat het verbieden van discriminatie op basis van seksuele voorkeur in de Agenda 2020 is opgenomen, maar er mist afdoende aandacht voor mensenrechten, gedwongen verhuizingen (zonder compensatie), milieu, corruptie en vrijheid van meningsuiting.

Amnesty International wenst dat ‘alles hoger op de agenda komt’. Meer in het bijzonder streeft Amnesty ernaar dat de nationale overheid van een land waar grote sportevenementen plaatsvinden en alle sponsoren en toeleveranciers zich committeren aan het handelen met de mensenrechten indachtig. Hiervoor zouden in het contract met het IOC (en EOC) garanties voor moeten worden afgegeven. Teneinde toe te kunnen zien op de naleving van deze afspraken dient in het host city contract te staan dat overheden meewerken aan teams die vóór, tijdens en na het sportevenement toe kunnen zien op de naleving ervan en waar nodig over onwenselijke praktijken kunnen rapporteren.

Voor de presentatie van Henk Hulshof, klik hier.

Ryan Gauthier (Erasmus Universiteit Rotterdam/Harvard Law School) verzorgde de derde presentatie: hij ging in op de uitdagingen rond de implementatie van de Agenda 2020. In zijn introductie benadrukte Gauthier het belang van het IOC om de Agenda 2020 op te stellen. Het IOC streeft ernaar voldoende invloed te houden op het bidproces en de organisatie van de Spelen. Die invloed neemt af als er één of enkele geïnteresseerden voor de organisatie van de Spelen zijn, zo wijst ook het verleden uit (Los Angeles 1984).

De invloed van de Agenda 2020 dient niet overschat te worden: wanneer het IOC de organisatierechten van de Spelen aan een stad (en land) gunt, wordt er een host city contract opgesteld. Daarin staat de facto dat de lokale wetten in het land dat de Spelen organiseert prevaleren boven andere uitgangspunten, zoals die van de Agenda 2020.

Een andere uitdaging ten aanzien van de implementatie is het gebrek aan afdoende monitoring capacity bij het IOC. Het IOC is niet goed geëquipeerd om na te gaan of de gemaakte afspraken ook daadwerkelijk worden nagekomen. Doorgaans bezoekt het IOC een gaststad/-land één of twee maal per jaar.

Het ontbreken van voldoende enforcement capacity bij het IOC is een andere horde die genomen zou moeten worden. Het ontbreekt het IOC de middelen (en de wil) om sancties op te leggen aan steden en landen die afspraken niet nakomen. Het IOC schermt met de mogelijkheid om de organisatierechten van een land in te trekken. Die maatregel is tot heden niet doorgevoerd, mede omdat een dergelijke sanctie het imago van de Spelen en het IOC geen goed kan doen.

De betekenis van de Agenda 2020 reikt verder dan het IOC en de Spelen. Andere sportfederaties zullen deze uitgangspunten als de standaard gaan beschouwen. Over acht tot tien jaar zal duidelijk worden welk effect de Agenda 2020 daadwerkelijk heeft weten te bewerkstelligen.

Voor de presentatie van Ryan Gauthier, klik hier.

In december 2014 publiceerde het Mulier Instituut een factsheet over de Agenda 2020.